Er drijft iets op dat water..

We zijn er, land nummer 5: Peru!

Wie Titicacameer zegt – hoewel dat nu ook niet in élk gesprek voorkomt – zegt drijvende eilanden, de “Uros”, van riet en modder. Ze zijn van oorsprong pre-Inca, en de bewoners leven dus al een heel tijdje op de eilanden.

Bij aankomst kregen we van de plaatselijke burgemeester van het eiland – met de volle 20 meter diameter en een rieten hut of 6 – een hele show van hoe zo’n eiland wordt opgebouwd, onderhouden, en bewoond. Allemaal heel sympathiek, zo’n eilandje.

Daarna werden we naar het “hoofdeiland”, gelukkig spraken ze niet van hoofdstad, gebracht met een rieten boot, waar we nog eens mochten rondneuzen in de souvenirs, en voldoende tijd krijgen om ons toch een beetje te vervelen. Wat doet een mens in een hoofdstad die kleiner is dan een tennisveld? We moeten het toegeven: we hebben over de rand gekeken en het resultaat was ontluisterend: cementen fundering! Helaas, pindakaas, toch niet zo drijvend dus…

Van de grote plas ging het naar Arequipa, de “Cuidad Blanca” van Peru (niet te verwarren met Sucre, de witte stad van Bolivië), dit maal genoemd naar de vulkanische steen waaruit sommige gebouwen in het centrum zijn opgebouwd. Wij vonden de stenen eigenlijk grijs, maar “de grijze stad” klinkt nu eenmaal niet zo goed.

De stad herbergt het Santa Catalina-klooster, een klooster uit de 16de eeuw met een oppervlakte van twee hectare en pal in het centrum. We bezochten het klooster op een duistere donderdagavond, wanneer de oventjes van de overleden nonnekes terug worden aangestoken. Als je lang genoeg in het vuur keek, zag je de Theresas en de Gregorias ronddwalen! Elk nonnetje had er bovendien een eigen kamer, keukentje, een klein tuintje en meerdere zwarte slavinnen. Schoon allemaal, al waren het wel héél veel kamertjes.

“Dichtbij” Arequipa (maar 7 uur bus enkele rit), ligt de Colca Canyon, de tweede diepste kloof ter wereld, de “Grand” canyon is maar de helft zo diep. We besloten er een 2-daagse trekking te doen, vanuit Cabanaconde (op 3200 meter hoogte), ten zuiden van de rivier de Colca (2100 meter hoogte), naar Tapay (ten noorden van de rivier op 2900 meter) de eerste dag, en van daaruit naar Sangalle, de oase aan de rivier en terug naar Cabanaconde de tweede dag. Het hele pad lag er behoorlijk slecht bij, en onze wandelschoenen en -stokken kwamen dus duchtig van pas. Onze medewandelaar, Michael, had enkel basketsloefkes mee. Ook die heeft afgezien, nog een beetje meer.

De laatste ochtend in de Canyon gingen we vogels kijken, grote vogels, condors! Aan het “Cruz del Condor” bleven we stil zitten van 7 tot 10 uur, om de vogels niet te storen, maar vooral ook om onze plaats niet te verliezen. Waar je geen 40-plussers zag onderweg in de canyon, kwamen daar hordes mensen van de tweede levenshelft toe. Maar we waren niet voor niets om 6 uur opgestaan!

Advertisements
Categories: Peru | Tags: , , , , , , , | 3 Comments

Post navigation

3 thoughts on “Er drijft iets op dat water..

  1. conny

    ziet er weer allemaal geweldig uit hoor!!
    dikke kus

  2. Emilie

    Super Jolien en Christophe! Zalige foto’s weer, man die condor!
    Geniet er nog van x

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

%d bloggers like this: